Gentle Teaching

 

kwal-van-leven

 

De leermiddelen

De essentie van gentle teaching is dat we zo gaan communiceren met de persoon dat hij onze stem, handen, ogen en aanwezigheid gaat verbinden met een gevoel van veiligheid, en dat we in onze communicatie uitnodigend zijn om de persoon zich ook op een liefdevolle manier naar ons te laten uiten en zich daadwerkelijk met ons te verbinden.

Een probleem is echter dat de persoon negatieve herinneringen kan hebben  aan de aanwezigheid, handen, ogen en stem van anderen. Als een persoon ervaren heeft dat begeleiders voornamelijk naar hem toe  komen als hij iets moet doen of iets gedaan heeft wat niet goed is, of als handen, ogen en stem voornamelijk op een neutrale of bestraffende manier gebruikt zijn (in de beleving van de persoon), zal hij eerder angst ervaren als we naar hem toe gaan, onze hand uitreiken of oogcontact maken, of tegen hem praten, dan dat het hem gerust zal stellen.

Aanwezigheid

Bij de aanwezigheid gaat het zowel om de fysieke aanwezigheid als om de mentale aanwezigheid.  Als we fysiek niet aanwezig zijn, kunnen we de persoon nooit leren dat hij zich in onze aanwezigheid veilig en geliefd kan voelen. Voor mensen die zichzelf afzonderen, of in afzondering leven, kan dat een probleem zijn. We moeten voorzichtig proberen letterlijk bij de ander binnen te komen om hem te leren dat onze aanwezigheid niet betekent dat we iets van hem willen of dat we bedreigend voor hem zijn.

Het moeilijkst is vaak de mentale aanwezigheid. Het is belangrijk dat je volledig in het hier en nu bent en dat je geen oordelen hebt. Alles draait om dit moment, hoe de persoon zich voelt en hoe je hem kan laten ervaren dat het goed is om bij je te zijn. Wanneer een persoon het moeilijk vindt om contact te maken,  is het belangrijk om je goed voor te bereiden voordat je het contact aangaat. Probeer je te concentreren op dit moment en je gedachten aan allerlei andere zaken los te laten. En probeer je in te leven in hoe de persoon zich misschien voelt; en wat hij van je nodig heeft om je aanwezigheid toe te laten en zich daar veilig bij te voelen.

Tijdens de interactie is het belangrijk om je niet teveel te richten op het gedrag van de persoon, maar om gericht te blijven op hoe de persoon zich voelt. Het gedrag is niet meer dan een vertaling van dit gevoel.

Tijdens een activiteit met de persoon is het belangrijk om flexibel te blijven en je af te stemmen op hoe het met de persoon gaat. Contact en veiligheid is belangrijker dat het bereiken van een vooraf bedacht doel of resultaat; zeker als het gaat om een persoon die nog geen companionship ervaart.

Handen

Veel begeleiders hebben er moeite mee om personen warm en liefdevol aan te raken. Misschien omdat ze zelf niet zo lichamelijk zijn ingesteld, misschien omdat ze denken dat het ongepast is in de relatie met de persoon. Toch is het belangrijk om warm lichamelijk contact te maken; ook met personen die op dit moment aanrakingen niet prettig vinden. Bij hen bouw je dit uiteraard voorzichtig op. Je houdt bovendien rekening met bijzondere gevoeligheden, bijvoorbeeld als je weet of kan vermoeden dat de persoon ervaring heeft met lichamelijk geweld of seksueel misbruik.

Als je persoon lichamelijk contact afwijst is dit meestal een signaal dat hij angst voor je heeft, zeker als het afwijzen van het lichamelijk contact niet overeenkomt met wat je zou verwachten op grond van het emotioneel ontwikkelingsniveau van de persoon. Als je de persoon niet leert dat aanrakingen ook liefdevol en veilig kunnen zijn, zal hij altijd zijn angst houden voor aanrakingen, terwijl er wellicht wel talrijke aanrakingen zullen blijven waarvan we zeker weten dat de persoon ze als onveilig ervaart. Bijvoorbeeld als hij tegengehouden wordt, als hij vastgehouden wordt, naar de time-out gebracht, enz. Ook zal de persoon wellicht als hij geholpen moet worden met ADL handelingen vele affectief neutrale aanrakingen meemaken. Waarom dan niet proberen het accent te leggen op het aanleren om te gaan met warme en veilige aanrakingen?

De manier van lichamelijk contact zal heel verschillend zijn. Allereerst moet het aansluiten bij wat voor jou goed voelt. Doe niet iets omdat je het een ander ziet doen als dat voor jou niet goed voelt. Ontdek je eigen manier vanuit het besef dat de persoon het wel nodig heeft, ook al is het soms moeilijk.

Oogcontact

Wat voor aanrakingen geldt, geldt ook voor oogcontact. De meest indringende herinneringen die we hebben aan oogcontact is als het om corrigerend of bestraffend oogcontact gaat: ‘kijk me aan als ik tegen je praat, je moet naar me luisteren!!’.  Voor veel mensen met autisme is het vanuit de aanleg moeilijk om oogcontact te maken. Als deze moeilijkheid dan gepaard gaat met de ervaring van gedwongen corrigerend oogcontact, kan dit gemakkelijk omslaan in angst voor oogcontact. Als dit het geval lijkt te zijn, is het belangrijk om op speelse manier te persoon te leren dat warm oogcontact niet bedreigend hoeft te zijn.

Omdat veel personen negatieve ervaringen hebben met oogcontact – aan moeten kijken als ze moeten luisteren – is het over het algemeen beter om niet aan de persoon te vragen om jou aan te kijken. Dit kan oude negatieve herinneringen oproepen. Beter is het om zelf te laten merken dat je het leuk vindt om in de – mooie – ogen van de persoon te kijken.

Stem

Er zijn weinig personen die echt bang zijn voor verbaal contact. Het kan ze echter wel onzeker maken als we op een niveau met ze praten dat niet aansluit bij wat ze (verstandelijk) begrijpen,  maar vooral als het ook niet past binnen het niveau van de sociaal emotionele ontwikkeling. Als een persoon iets gedaan heeft wat we niet goed vinden, hebben we de neiging te vragen wat er gebeurd is en waarom hij het gedaan heeft. Hoewel dit goed bedoeld is, kan het de persoon onzeker maken omdat hij niet goed snapt of onder woorden kan brengen wat hij voelde en wat de aanleiding was voor het gedrag. Ook kan hij zich door onze verbale benadering schuldig gaan voelen, terwijl hij er niets aan kon doen omdat hij nu eenmaal niet in staat is anders met zijn emoties om te gaan.

Personen met een lichte verstandelijke beperking kunnen de neiging hebben alles altijd uit te willen praten en uit te willen leggen zonder dat dit ergens toe leidt. Dit kan erop duiden dat in het verleden vaak op een verbaal / verstandelijk niveau is omgegaan met problemen die eigenlijk op emotioneel of een nog dieper psychisch niveau spelen.

In het algemeen adviseren we vanuit gentle teaching niet teveel verbaal in te gaan op wat gebeurd is, maar vooral om geruststellend met de persoon te praten. Uitleggen dat ze het voortaan anders moeten doen heeft geen zin als er een groot verschil is tussen iemands verstandelijk niveau en zijn sociaal-emotionele niveau

Share

Copyright © 2013  Gentle Teaching Netherlands