Gentle Teaching

 

kwal-van-leven

 

Aanrakingen

In gentle teaching wordt bewust gebruik gemaakt van aanrakingen. Vaak proberen we zelfs mensen die aanrakingen afwijzen, ook voorzichtig op een warme manier aan te raken.

Vanaf de beginjaren van gentle teaching is dit een van de meest besproken onderwerpen.  Veel mensen hebben er moeite mee om in een hulpverleningsrelatie een persoon nadrukkelijk op een warme manier aan te raken.  Er zijn zelfs instellingen waar het nadrukkelijk niet toegestaan wordt. Hiervoor worden verschillende redenen aangevoerd:

  • het is niet gepast om in een professionele relatie  een cliënt - anders dan strikt functioneel - aan te raken
  • het is  ongepast om een cliënt die soms angst heeft voor aanrakingen, toch op een warme manier aan te raken
  • warme aanrakingen kunnen een seksuele lading krijgen of als zodanig worden opgevat

Naast deze formele redenen zijn er natuurlijk ook mensen die er überhaupt moeite mee hebben om iemand, waar ze geen intieme relatie mee hebben, op een warme manier aan te raken.

Het belang van aanrakingen

Onze handen zijn niet allen instrumenten om praktische handelingen mee te verrichten. Naast onze ogen en stem zijn ze een belangrijk communicatiemiddel. Bewust of onbewust kunnen we door de manier waarop we iemand aanraken een belangrijke boodschap overbrengen, en de ander leert door onze aanrakingen wat hij aan ons heeft.

Ieder mens heeft van nature momenten waarop hij behoefte heeft aan koestering door anderen.

Mensen die langdurig afhankelijk zijn van hulpverleners missen deze koesterende ervaringen. Aanrakingen zijn doorgaans strikt functioneel, zoals bij ADL hulp die iemand nodig kan hebben.

Mensen die als gevolg van stress en onmacht soms schadelijk gedrag vertonen, lopen daarnaast de kans om ook op een overheersende manier aangeraakt te worden: vastgepakt, opzij gezet, naar de kamer of het separeer gebracht worden, gefixeerd worden, door meerdere begeleiders tegen de grond gewerkt worden in het kader van de agressie beheersing technieken, enz.

Het is niet vreemd dat cliënten in de hulpverlening hierdoor eerder afweer en angst ontwikkelen voor de aanrakingen door anderen, dan dat ze de aanrakingen van anderen vertrouwen en op prijs stellen.

Dit patroon willen we doorbreken. We willen de andere leren dat als wij onze handen uitreiken en als wij hem aanraken, dat dat dan een teken is dat hij zich veilig en gesteund kan voelen door ons. Dit is niet iets dat je uit kan leggen; de ander moet het letterlijk aan den lijve ervaren.

Aanraken is echter geen doel op zich. Het heeft een verdergaande reden. Aanrakingen zijn letterlijk heel tastbaar. Het is een hele directe manier om contact te maken.  Soms is iemand heel moeilijk te bereiken, omdat hij zich door zijn emoties helemaal naar binnen gekeerd heeft. Hij maakt dan geen oogcontact en sluit zich ook af voor onze woorden. De enige manier om contact te maken lijkt te zien door te gaan schreeuwen … of door hem beet te pakken. Wij willen niet schreeuwen of iemand stevig beetpakken; al helemaal niet als hij zich emotioneel verloren voelt. We willen dat we door een hand op zijn schouder te leggen, of door hem te strelen, in staat zijn contact te maken en hem zich voor ons te laten openen en door ons te laten steunen. Dan kunnen we alleen bereiken als we hem eerst hebben geleerd dat onze aanrakingen onvoorwaardelijk veilig en liefdevol zijn.

Respectvol aanraken

Angst voor aanrakingen is niet natuurlijk, het is aangeleerd. Vanuit die optiek is het niet respectvol naar die angst heeft voor aanrakingen om hem nooit aan te raken. We laten heb dan met zijn angst zitten,  in plaats van hem hiervan af te helpen. Als er bovendien soms incidenten zijn waarbij hij op een voor hem negatieve manier wordt aangeraakt, bijvoorbeeld om het naar zijn kamer te brengen, blijven we in de sfeer van negatieve aanrakingen hangen.

Hans, een man met autisme, vindt het niet prettig om aangeraakt te worden. Als je het probeert, maakt hij een terugtrekkende beweging met zijn lichaam. Zijn begeleiders vinden het niet gepast en respectvol om toch te proberen om Hans aan hun warme aanrakingen te laten wennen. Hij vraagt hier immers zelf niet om. Af en toe, als Hans gespannen is, verliest hij de controle over zijn gedrag en kan hij zich agressief uiten. De begeleiders roepen dan via het alarmsysteem assistentie en met minimaal twee begeleiders pakken ze Hans dan beet en brengen hem naar zijn kamer die vervolgens op slot gaat tot hij weer rustig is.

Is hier sprake van en dubbele moraal? Niet warm aanraken omdat hij er niet om vraagt, maar wel koud en overheersend aanraken – waar hij ook niet om vraagt – op momenten waarop het onze warme ondersteuning eigenlijk het hardst nodig heeft. Ik zou het geen dubbele moraal willen noemen, maar op zijn minst wel en vorm van ‘bedrijfsblindheid’.  Het is zeker goed bedoeld, maar er wordt iets belangrijks over het hoofd gezien.

Er zijn ook cliënten die niet aangeraakt willen worden omdat ze vinden dat het niet bij hen past. Als dit zelfbeeld realistisch is en de persoon er niet van weerhoud wel open te staan voor onze ondersteuning als hij dat echt nodig heeft, is dat prima. Dan is het respectvol om niet nadrukkelijk warme aanrakingen op te zoeken. We volstaan dan met het geven van een hand of een vriendschappelijke hand/klop op de schouder.

Voorkomen van seksuele gevoelens

Bij  respectvol aanraken hoort uiteraard ook dat we de ander niet op de erogene gebieden van het lichaam aanraken.  Als we een cliënt aanraken heeft dat niets met erotiek of seksualiteit te maken. Van onze kant niet; en we willen dit ook niet bij de ander opwekken. Behalve het niet aanraken van de erogene zones, is het daarvoor van belang dat we zelf heel helder hebben waarom we iemand aanraken en welke gevoelens we daarbij voor hem of haar hebben. Als dit bij onszelf verwarring geeft, brengen we deze verwarring ook over op de ander.

Als we een cliënt aanraken doen we dat allereerst niet omdat we er zelf behoefte aan hebben, maar omdat we ervan overtuigd zijn dat de ander het nodig heeft (ook al lijkt hij op het moment zelf soms iets anders aan te geven). Als we aanraken omdat wij daar behoefte aan hebben, halen we energie weg bij de ander; als we aanraken omdat de ander daar volgens ons behoefte aan heeft, geven we energie aan de ander.

We raken de ander aan zoals we een goede vriend of vriendin aanraken als deze er behoefte aan heeft onze steun te voelen, of zoals een ouder zijn / haar kind aanraakt als dit  – hoewel wellicht al volwassen – behoefte aan steun heeft. Als je nog niet veel ervaring hebt in het op een intentionele en warme manier aanraken van een cliënt, is het goed om je je vooraf in te leven in deze rollen en je te bedenken waarom en hoe je gaat aanraken.  Probeer je voor te stellen dat de cliënt een goede vriend is of je kind en dat je hem door middel van aanraken wilt ondersteunen om een moeilijk moment.

Hou de regie in handen

Soms neemt een cliënt het initiatief tot een lichamelijk contact en hij kan dit – bewust of onbewust - doen op een manier die voor jou als niet gepast voelt.

Kees heeft een verstandelijke beperking. Hij is 50 jaar, maar is in zijn sociaal emotioneel functioneren vergelijkbaar met een kind van 2-3 jaar. Hij wil graag af en toe een knuffel van zijn begeleiders, maar niet alle begeleiders zijn daarvan gediend. In het team is afgesproken dat Kees van iedere begeleider nog maar één knuffel per dag mag hebben.
Op een gegeven moment zegt een begeleidster (Anneke) iets aardigs tegen Kees en prompt wil Kees een knuffel.
Kees: ik wil een knuffel
Anneke: nee Kees
Kees: ach toe nou, ééntje maar
Anneke: nee Kees
Kees: waarom niet?
Anneke: (verzint een smoes) dan wordt mijn vriendje jaloers
Kees: niet tegen hem zeggen

Dit ging  zo nog een tijdje door, tot Kees afdroop en naar zijn kamer ging.
Bij gentle teaching willen we de persoon niet afwijzen of van ons wegduwen, maar het is natuurlijk ook niet de bedoeling dat je je laat aanraken op een manier die voor jou niet goed voelt. Het is daarom belangrijk dat je als begeleider altijd de regie hebt over de aanrakingen.
De eerste vorm van regie is dat je je bewust wordt van wat je voelt als de ander je aan wilt raken, en waardoor dat gevoel bepaald wordt. Als je Kees ziet als en 50-jarige man kan het logisch zijn dat je niet zomaar een knuffel wilt geven. Maar als je Kees ziet op zijn sociaal emotionele niveau, is het heel begrijpelijk dat hij een knuffel wil en zal je minder weerstand ervaren. Door anders naar Kees en de situatie te kijken, krijg je meer grip / regie over je eigen gevoelens en voelt de aanraking wellicht niet meer als ongepast.
Maar ook over de manier van aanraken zelf moet je de regie hebben. In het voorbeeld had Kees eigenlijk de regie over de begeleidster; hij veroorzaakte bij haar spanning en hij maakte dat ze haar uitvlucht moest nemen in een ongeloofwaardige smoes.
Anneke had de regie direct kunnen nemen door op het moment dat ze voelde dat Kees een knuffel wilde, zelf hem een knuffel te geven op een manier die voor haar op dat moment passend was. Nu duurde de hele interactie 2 – 3 minuten en het vergde van Anneke de nodige energie. Als ze Kees een knuffel had gegeven, was het in 10 seconden over geweest.

Soms kan een cliënt tijdens een lichamelijk contact een erotische of anderszins ongepaste lading in het contact brengen. Dit is een signaal dat je de regie over het contact kwijt raakt of al bent. Pak de regie weer terug,zonder de cliënt af te wijzen. Dit kan bijvoorbeeld door meer nadruk te leggen op oogcontact en praten en daarmee de aandacht voor het lichamelijke te verminderen of door zelf meer energie of andere energie in het contact te brengen.

Slachtoffers van seksueel misbruik of fysiek geweld

Een schrikbarend groot aantal mensen (ten minste 25 – 30%) heeft in hun leven ervaring gehad op het gebied van seksueel misbruik of andere vormen van fysiek geweld. Dat geldt ook – en misschien zelfs wel in meerdere mate – voor cliënten in zorginstellingen.
Deze mensen hebben een zeer negatieve, en misschien wel traumatische ervaring, met lichamelijk contact met anderen. Het is moeilijk de signalen die hierop duiden altijd goed te herkennen omdat iedereen hier anders mee omgaat. Sommigen reageren zeer afwijzend of angstig op fysieke toenadering, terwijl anderen zich hier volledig aan kunnen overgeven of het zelfs opzoeken.
Er zijn tegengestelde visies over hoe je om moet gaan met mensen die mogelijk slachtoffer zijn geweest van seksueel misbruik / fysiek geweld. De ene stroming zegt dat je lichamelijk contact moet mijden, omdat dit herinnering aan het trauma kan oproepen. De andere stroming zegt dat het juist goed is om op een zorgvuldige manier de ander te laten ervaren dat - ondanks het verleden - ook warm en veilig lichamelijk contact mogelijk is.  Dit help niet alleen in de relatie, maar kan er ook toe bijdragen dat de ander een positiever beeld over het eigen lichaam kan ontwikkelen.
In gentle teaching kiezen we voor de laatste benadering. We doen dit op een zorgvuldige manier, waarbij we er, zoals eerder al is gezegd, voor waken zelf geen enkele seksuele energie in het contact in te brengen.

Als je er zelf moeite mee hebt

Niet iedereen is even fysiek ingesteld en niet iedereen vindt het gemakkelijk om een ander op een warme manier aan te raken als je geen intieme relatie met deze persoon heb. Dit kan ‘van nature’ zo zijn, maar het kan ook komen door het onvoldoende zelf ervaren hebben van de waarde van warm lichamelijk contact of omdat je misschien eerdere negatieve ervaringen hebt gehad met lichamelijk contact.
Als je werkt met mensen die behoefte hebben aan warm lichamelijk contact, is het belangrijk als je je hierin kunt ontwikkelen. Je moet dit echter niet forceren. Er zijn manieren om jezelf hier op een veilige manier in te trainen en waardoor je zelf ook op een gegeven moment het waardevolle van deze vorm van contact kunt gaan ervaren.

Share

Copyright © 2013  Gentle Teaching Netherlands