Gentle Teaching

 

kwal-van-leven

 

Begrenzen of begeleiden

Mensen met bijzondere kwetsbaarheden zijn niet altijd in staat grenzen van anderen te zien en er rekening mee te houden.

Als ze hierdoor iets kunnen doen dat voor anderen schadelijk is, is het de verantwoordelijk van de begeleiding om te voorkomen dat grenzen overschreden worden.  Het risico hierbij is dat de persoon die begrensd wordt zich overheerst en afgewezen voelt. In plaats van begrenzen – tot hier en niet verder – willen we met gentle teaching liever begeleiden; de ander op een ondersteunende manier meenemen naar een andere oplossing. 

 

Ton en Karin

Ton en Karin hebben beide een verstandelijke beperking. Ze wonen in hetzelfde gebouw, maar in verschillende huiskamers. Ton en Karin hebben een vriendschappelijke relatie, maar ze geven hier beide een verschillende invulling aan. Karin vind Ton aardig en wil gewoon bevriend zijn. Ton zoekt duidelijk meer en wil affectie delen en daarin bevestigd worden in de vorm van kusjes en knuffels. Ton kent hierin geen duidelijke grenzen en ziet niet dat Karin deze vorm van contact niet wil. Sociaal emotioneel functioneert Ton op het niveau van een kind van 2 – 3 jaar. Daarmee vergeleken is dit gedrag niet vreemd.
Om Karin te beschermen heeft de groepsleiding besloten dat Ton niet meer in de huiskamer van Karin mag komen, en dat hij Karin ook op de gang, als ze elkaar tegenkomen, niet mag knuffelen. 

Ton is zelf niet in staat zich aan deze regel te houden. Dat betekent dat Karin hem zelf weg moet sturen, of dat de groepsleiding dit doet. In beide gevallen vindt Ton dit niet leuk en kan hij boos worden; ook al probeert de groepsleiding hem zo vriendelijk mogelijk terug te sturen naar zijn eigen huiskamer.

 

Het is heel begrijpelijk is dat Ton behoefte heeft aan affectie, en hoewel hij zelf worden gebruikt als ik ben verliefd en ik wil met Karin trouwen, moet het niet verward worden met een liefdesrelatie tussen volwassenen. Het is een manier die past bij het sociaal emotionele ontwikkelingsniveau van Ton, maar daardoor is het niet minder belangrijk voor hem. Misschien nog wel meer. Tegelijk kunnen we ook niet verwachten dat Ton zelf afstand kan nemen tot Karin. Ook voor Karin zelf is het moeilijk om Ton op afstand te houden. Ze vindt hem aardig en wil wel op een gewone manier bevriend zijn. Als het voor het welzijn van Karin belangrijk is dat Ton op afstand wordt gehouden, zal de begeleiding dat dus moeten doen.

 

Hoewel het team alle begrip heeft voor Ton en hem op zo vriendelijk mogelijke manier te begrenzen, voelt Ton zich er toch door afgewezen en kan hij er boos of erg verdrietig over worden. Hoe kun je Ton begrenzen zonder dat hij boos of verdrietig wordt?

Als Ton nu in de huiskamer van Karin komt, wordt hij met zachte hand de huiskamer uit gestuurd terug naar zijn eigen huiskamer. Soms krijgt hij hierbij een vriendelijk duwtje in de rug. Als gezien wordt dat Ton Karin knuffelt en als ze hem zelf niet kan wegsturen, worden ze uit elkaar gehaald, bijvoorbeeld door tegen Ton te zeggen ‘klaar Ton, nu stoppen’.

 

Het probleem bij deze manier is enerzijds dat het erg direct is, en anderzijds dat het teveel gericht is op  wat niet mag en niet op hoe het wel zou kunnen. Door de aandacht van de begeleiders op wat niet mag, wordt ook de aandacht van Ton daarop gericht. Hierdoor wordt het in de beleving van Ton steeds groter en steeds belangrijker. Dit versterkt het gevoel afgewezen te worden, en voedt het verdriet en de boosheid. Dit is ook voor de begeleiders zelf niet leuk, want ze hebben het beste met Ton voor.

 

Hoe dan wel? ... eerst meebewegen en dan omleiding.

Allereerst moet erkend worden dat het heel begrijpelijk is dat Ton behoefte heeft aan affectie en dat hij hier zelf geen grenzen van anderen in kan onderkennen en respecteren. Als Ton de affectie niet bij Karin mag ervaren, is het des te belangrijk dat hij het in het contact met jou kan ervaren.  Als begeleider zal je invulling moeten geven aan deze behoefte van Ton. En dan niet alleen als Ton er zelf om vraagt, maar ook uit jezelf. Dan is het ook beter mogelijk om zelf de regie hebben over hoe het gebeurt. Je kunt Ton dan zonder hem te hoeven corrigeren, leren hoe hij met affectie om kan gaan.

 

Als Ton weet dat hij affectie kan ervaring in het contact met de begeleiders, wordt het gemakkelijker hem te begeleiden als hij contact zoek met Karin. Als hij naar de huiskamer van Karin gaat, hoeft dit niet direct verboden te worden. Je kunt met hem meelopen om samen Karin even gedag te zeggen. Gelijktijdig maak je intensief en warm contact met Ton, zodat automatisch zijn aandacht niet alleen op Karin, maar ook op jou gericht zal zijn. Als Ton Karin gezien heeft en gedag heeft gezegd, kun je samen met hem de kamer uitlopen en met hem naar zijn eigen huiskamer lopen.

 

Als je ziet dat Ton al bij Karin is en haar knuffelt, doe je iets vergelijkbaars. Niet meteen uit elkaar halen, maar eerst meebewegen door bijvoorbeeld iets aan Karin of aan Ton te vragen. Je laat door je aanwezigheid aan Karin merken dat je haar steunt, terwijl je probeert de aandacht van Ton wat van Karin weg te leiden en op jou te richten. Als dat lukt, kun je Ton voorstellen met je mee te gaan om iets anders te gaan doen.

 

In beide situaties heb je het niet over wat niet mag, maar je probeert warm contact met Ton te maken en je richt de aandacht vervolgens op wat wel goed is. Hierdoor is de kans dat Ton zich afgewezen voelt, en verdrietig of boos wordt, kleiner. Het is voor jezelf ook leuker.

 

In plaats van begrenzen door grensoverschrijdend gedrag te belemmeren, proberen we de ander door de situatie heen te (bege)leiden. Als we zien dat het moeilijk kan gaan worden, maken we zo snel mogelijk contact door met de ander mee te bewegen, Van daar uit proberen we hem in onze richting mee te laten bewegen. Dit kan alleen als er een goede basis van vertrouwen is; dus als we eerder al in de relatie met de ander geïnvesteerd hebben.

 

Behalve begeleiden zullen we ook moeten kijken waarom hij de grenzen van anderen mogelijkerwijs zou overschrijden. Als het is vanuit een emotionele stress, moeten we hem in deze emotie ondersteunen. Als het zou zijn omdat hij daardoor iets krijgt wat belangrijk voor hem is, moeten we een manier vinden om hem toch te geven wat hij nodig heeft. Voor Ton is dat zijn behoefte aan affectie.

Share

Copyright © 2013  Gentle Teaching Netherlands