Gentle Teaching

 

kwal-van-leven

 

Straffen

In vrijwel alle culturen wordt gebruik gemaakt van straffen om het gedrag van anderen te veranderen. Het is echter de vraag of je dit wilt doen. Zeker in hulpverleningssituaties of in de opvoeding van kinderen. Of je wel of geen gebruik wilt maken van straffen is niet alleen een morele vraag, maar je kan er ook naar kijken vanuit de ongewenste bij-effecten die het straffen kan hebben.

De bijeffecten van straf

Het gebruik van straffen heeft een aantal bijeffecten

1. Ongelijkwaardigheid

We plaatsen ons nadrukkelijk boven de persoon die we straffen. Deze positie baseren we niet alleen op het feit dat we meer inzicht hebben in wat wel of niet gepast is – wat natuurlijk waar kan zijn –, maar we baseren het op ons vermeende recht over de ander te mogen oordelen en hem iets onprettigs aan te doen

2. Ontwikkelen van angst

Gebruik van staf is per definitie een manier waarbij we de ander leren bang te zijn voor wat wij kunnen doen als hij zich niet gedraagt naar onze normen. Je leert de andere daarmee afstand van je te houden in plaats van companionship te ervaren.

3. Verkeerd voorbeeld

Je leert de ander ook dat het blijkbaar toegestaan is om iemand te straffen die in de pikorde onder je staat (in je eigen beleving) en die iets doet wat je niet goed vindt. Je leert dit niet alleen de persoon die gestraft wordt, maar ook degenen die hier getuige van zijn.

4. Sociaal isolement

Als iemand in bijzijn van anderen gestraft wordt (bijv. in een klas of groepswoning), laat je aan de anderen zien dat de persoon iets verkeerds doet. Dit kan tot gevolg hebben dat de anderen ook extra op de persoon gaan letten en hem ook gaan straffen als hij het weer doet, of het aan jou komen vertellen in de hoop dat jij zal optreden. Hierdoor ontstaat een proces van stigmatisering en een toenemend sociaal isolement.

Redenen voor ongewenst gedrag

Wat dan als iemand gedrag vertoont dat schadelijk is? Om die vraag te beantwoorden is het goed eerst te kijken naar de mogelijke oorzaken van dit gedrag. Er kunnen vijf redenen zijn waarom mensen ongewenst gedrag vertonen

Onwetendheid

Het kan zijn dat iemand simpelweg niet begrijpt dat het gedrag ongewenst is. Dit ‘niet begrijpen’ moet niet verward worden met ‘weten op basis van conditionering’.

Controle verlies

Iemand kan door emoties, verwardheid of psychische problemen de controle over het handelen verliezen en vanuit impulsen reageren.

Niet verbonden zijn

Als mensen zich niet verbonden voelen met anderen, is er voor hen ook geen intrinsieke motivatie om zorgzaam voor anderen te zijn. Onderzoek heeft duidelijk aangetoond dat ‘niet verbonden zijn’ leidt tot een toename van ongewenst gedrag.

Negatief zelfbeeld

Door levenservaringen kan iemand een beeld van de wereld en zichzelf ontwikkeld hebben waarin het normaal is om anderen te schaden. Dit kan zijn als iemand zelf slachtoffer is van veelvuldig gestraft worden of ander geweld. Veel slachtoffers worden later dader!

Vrije keuze

Het kan zijn dat iemand bewust een bepaald gedrag vertoont waarmee hij anderen schade toebrengt.

Zal straffen helpen?

Als we naar deze oorzaken kijken, zien we dat straffen niet alleen vanuit moreel oogpunt ongewenst zijn, maar ook in de meeste gevallen zinloos zijn.

Om te beginnen straffen we pas nadat het gedrag heeft plaats gevonden. We zijn gewoon te laat geweest om schade te voorkomen. Straffen kan de schade niet herstellen.

Door te straffen leert iemand misschien wel wat hij beter niet kan doen, maar niet wat hij wel moet doen.

Door te straffen leert iemand niet hoe hij controle over zijn eigen impulsen kan krijgen. Het zal eerder zijn onzekerheid vergroten en daarmee ook de kans op controle verlies.

Door te straffen leert iemand zich niet meer verbonden te voelen. In tegendeel!

Door straffen krijgt niemand een beter zelfbeeld.

Hooguit als iemand zich uit vrije wil schadelijk gedraagt, zou je kunnen denken dat straf helpt. Maar dan moet je er eerst zeker van zijn dat het echt vrije wil is, en niet een van de eerder genoemde oorzaken. En het is goed om eerst te onderzoeken of de persoon in zijn eigen beleving misschien een goede reden heeft een ander te schaden. In dat geval kunnen we beter proberen de relatie te helpen herstellen in plaats van straffen.

Zijn er alternatieven?

Als we niet straffen, wat kunnen we dan doen?

Het belangrijkste is dat we investeren in de relatie – companionship- met de ander. Als de ander zich bij ons onvoorwaardelijk veilig en geliefd voelt, zullen we beter in staat zijn hem te helpen als het er naar uitziet dat er iets kan gaan gebeuren. We kunnen dan de nabijheid opzoeken en de persoon door het moeilijke moment loodsen. Ook kunnen we op basis van een goede relatie een positief rolmodel zijn en de persoon helpen adequaat gedrag te ontwikkelen.

En als het niet anders kan op dit spannende moment, zal het soms nodig zijn op een duidelijke, maar altijd warme, manier de ander te stoppen in wat hij mogelijk kan doen.

Straffen

 

In vrijwel alle culturen wordt gebruik gemaakt van straffen om het gedrag van anderen te veranderen. Het is echter de vraag of je dit wilt doen. Zeker in hulpverleningssituaties of in de opvoeding van kinderen.

Of je wel of geen gebruik wilt maken van straffen is niet alleen een morele vraag, maar je kan er ook naar kijken vanuit de ongewenste bij-effecten die het straffen kan hebben.

 

De bijeffecten van straf

Het gebruik van straffen heeft een aantal bijeffecten

1. Ongelijkwaardigheid

We plaatsen ons nadrukkelijk boven de persoon die we straffen. Deze positie baseren we niet alleen op het feit dat we meer inzicht hebben in wat wel of niet gepast is – wat natuurlijk waar kan zijn –, maar we baseren het op ons vermeende recht over de ander te mogen oordelen en hem iets onprettigs aan te doen

2. Ontwikkelen van angst

Gebruik van staf is per definitie een manier waarbij we de ander leren bang te zijn voor wat wij kunnen doen als hij zich niet gedraagt naar onze normen. Je leert de andere daarmee afstand van je te houden in plaats van companionship te ervaren.

3. Verkeerd voorbeeld

Je leert de ander ook dat het blijkbaar toegestaan is om iemand te straffen die in de pikorde onder je staat (in je eigen beleving) en die iets doet wat je niet goed vindt. Je leert dit niet alleen de persoon die gestraft wordt, maar ook degenen die hier getuige van zijn.

4. Sociaal isolement

Als iemand in bijzijn van anderen gestraft wordt (bijv. in een klas of groepswoning), laat je aan de anderen zien dat de persoon iets verkeerds doet. Dit kan tot gevolg hebben dat de anderen ook extra op de persoon gaan letten en hem ook gaan straffen als hij het weer doet, of het aan jou komen vertellen in de hoop dat jij zal optreden. Hierdoor ontstaat een proces van stigmatisering en een toenemend sociaal isolement.

 

Wat dan als iemand gedrag vertoont dat schadelijk is? Om die vraag te beantwoorden is het goed eerst te kijken naar de mogelijke oorzaken van dit gedrag.

 

Redenen voor ongewenst gedrag

Er kunnen vijf redenen zijn waarom mensen ongewenst gedrag vertonen

Onwetendheid

Het kan zijn dat iemand simpelweg niet begrijpt dat het gedrag ongewenst is. Dit ‘niet begrijpen’ moet niet verward worden met ‘weten op basis van conditionering’.

Controle verlies

Iemand kan door emoties, verwardheid of psychische problemen de controle over het handelen verliezen en vanuit impulsen reageren.

Niet verbonden zijn

Als mensen zich niet verbonden voelen met anderen, is er voor hen ook geen intrinsieke motivatie om zorgzaam voor anderen te zijn. Onderzoek heeft duidelijk aangetoond dat ‘niet verbonden zijn’ leidt tot een toename van ongewenst gedrag.

Negatief zelfbeeld

Door levenservaringen kan iemand een beeld van de wereld en zichzelf ontwikkeld hebben waarin het normaal is om anderen te schaden. Dit kan zijn als iemand zelf slachtoffer is van veelvuldig gestraft worden of ander geweld. Veel slachtoffers worden later dader!

Vrije keuze

Het kan zijn dat iemand bewust een bepaald gedrag vertoont waarmee hij anderen schade toebrengt.

 

Als we naar deze oorzaken kijken, zien we dat straffen niet alleen vanuit moreel oogpunt ongewenst zijn, maar ook in de meeste gevallen zinloos zijn.

Om te beginnen straffen we pas nadat het gedrag heeft plaats gevonden. We zijn gewoon te laat geweest om schade te voorkomen. Straffen kan de schade niet herstellen.

Door te straffen leert iemand misschien wel wat hij beter niet kan doen, maar niet wat hij wel moet doen.

Door te straffen leert iemand niet hoe hij controle over zijn eigen impulsen kan krijgen. Het za

Straffen

 

In vrijwel alle culturen wordt gebruik gemaakt van straffen om het gedrag van anderen te veranderen. Het is echter de vraag of je dit wilt doen. Zeker in hulpverleningssituaties of in de opvoeding van kinderen.

Of je wel of geen gebruik wilt maken van straffen is niet alleen een morele vraag, maar je kan er ook naar kijken vanuit de ongewenste bij-effecten die het straffen kan hebben.

 

De bijeffecten van straf

Het gebruik van straffen heeft een aantal bijeffecten

1. Ongelijkwaardigheid

We plaatsen ons nadrukkelijk boven de persoon die we straffen. Deze positie baseren we niet alleen op het feit dat we meer inzicht hebben in wat wel of niet gepast is – wat natuurlijk waar kan zijn –, maar we baseren het op ons vermeende recht over de ander te mogen oordelen en hem iets onprettigs aan te doen

2. Ontwikkelen van angst

Gebruik van staf is per definitie een manier waarbij we de ander leren bang te zijn voor wat wij kunnen doen als hij zich niet gedraagt naar onze normen. Je leert de andere daarmee afstand van je te houden in plaats van companionship te ervaren.

3. Verkeerd voorbeeld

Je leert de ander ook dat het blijkbaar toegestaan is om iemand te straffen die in de pikorde onder je staat (in je eigen beleving) en die iets doet wat je niet goed vindt. Je leert dit niet alleen de persoon die gestraft wordt, maar ook degenen die hier getuige van zijn.

4. Sociaal isolement

Als iemand in bijzijn van anderen gestraft wordt (bijv. in een klas of groepswoning), laat je aan de anderen zien dat de persoon iets verkeerds doet. Dit kan tot gevolg hebben dat de anderen ook extra op de persoon gaan letten en hem ook gaan straffen als hij het weer doet, of het aan jou komen vertellen in de hoop dat jij zal optreden. Hierdoor ontstaat een proces van stigmatisering en een toenemend sociaal isolement.

 

Wat dan als iemand gedrag vertoont dat schadelijk is? Om die vraag te beantwoorden is het goed eerst te kijken naar de mogelijke oorzaken van dit gedrag.

 

Redenen voor ongewenst gedrag

Er kunnen vijf redenen zijn waarom mensen ongewenst gedrag vertonen

Onwetendheid

Het kan zijn dat iemand simpelweg niet begrijpt dat het gedrag ongewenst is. Dit ‘niet begrijpen’ moet niet verward worden met ‘weten op basis van conditionering’.

Controle verlies

Iemand kan door emoties, verwardheid of psychische problemen de controle over het handelen verliezen en vanuit impulsen reageren.

Niet verbonden zijn

Als mensen zich niet verbonden voelen met anderen, is er voor hen ook geen intrinsieke motivatie om zorgzaam voor anderen te zijn. Onderzoek heeft duidelijk aangetoond dat ‘niet verbonden zijn’ leidt tot een toename van ongewenst gedrag.

Negatief zelfbeeld

Door levenservaringen kan iemand een beeld van de wereld en zichzelf ontwikkeld hebben waarin het normaal is om anderen te schaden. Dit kan zijn als iemand zelf slachtoffer is van veelvuldig gestraft worden of ander geweld. Veel slachtoffers worden later dader!

Vrije keuze

Het kan zijn dat iemand bewust een bepaald gedrag vertoont waarmee hij anderen schade toebrengt.

 

Als we naar deze oorzaken kijken, zien we dat straffen niet alleen vanuit moreel oogpunt ongewenst zijn, maar ook in de meeste gevallen zinloos zijn.

Om te beginnen straffen we pas nadat het gedrag heeft plaats gevonden. We zijn gewoon te laat geweest om schade te voorkomen. Straffen kan de schade niet herstellen.

Door te straffen leert iemand misschien wel wat hij beter niet kan doen, maar niet wat hij wel moet doen.

Door te straffen leert iemand niet hoe hij controle over zijn eigen impulsen kan krijgen. Het zal eerder zijn onzekerheid vergroten en daarmee ook de kans op controle verlies.

Door te straffen leert iemand zich niet meer verbonden te voelen. In tegendeel!

Door straffen krijgt niemand een beter zelfbeeld.

Hooguit als iemand zich uit vrije wil schadelijk gedraagt, zou je kunnen denken dat straf helpt. Maar dan moet je er eerst zeker van zijn dat het echt vrije wil is, en niet een van de eerder genoemde oorzaken. En het is goed om eerst te onderzoeken of de persoon in zijn eigen beleving misschien een goede reden heeft een ander te schaden. In dat geval kunnen we beter proberen de relatie te helpen herstellen in plaats van straffen.

Zijn er alternatieven?

Als we niet straffen, wat kunnen we dan doen?

Het belangrijkste is dat we investeren in de relatie – companionship- met de ander. Als de ander zich bij ons onvoorwaardelijk veilig en geliefd voelt, zullen we beter in staat zijn hem te helpen als het er naar uitziet dat er iets kan gaan gebeuren. We kunnen dan de nabijheid opzoeken en de persoon door het moeilijke moment loodsen. Ook kunnen we op basis van een goede relatie een positief rolmodel zijn en de persoon helpen adequaat gedrag te ontwikkelen.

En als het niet anders kan op dit spannende moment, zal het soms nodig zijn op een duidelijke, maar altijd warme, manier de ander te stoppen in wat hij mogelijk kan doen.

l eerder zijn onzekerheid vergroten en daarmee ook de kans op controle verlies.

Door te straffen leert iemand zich niet meer verbonden te voelen. In tegendeel!

Door straffen krijgt niemand een beter zelfbeeld.

Hooguit als iemand zich uit vrije wil schadelijk gedraagt, zou je kunnen denken dat straf helpt. Maar dan moet je er eerst zeker van zijn dat het echt vrije wil is, en niet een van de eerder genoemde oorzaken. En het is goed om eerst te onderzoeken of de persoon in zijn eigen beleving misschien een goede reden heeft een ander te schaden. In dat geval kunnen we beter proberen de relatie te helpen herstellen in plaats van straffen.

Zijn er alternatieven?

Als we niet straffen, wat kunnen we dan doen?

Het belangrijkste is dat we investeren in de relatie – companionship- met de ander. Als de ander zich bij ons onvoorwaardelijk veilig en geliefd voelt, zullen we beter in staat zijn hem te helpen als het er naar uitziet dat er iets kan gaan gebeuren. We kunnen dan de nabijheid opzoeken en de persoon door het moeilijke moment loodsen. Ook kunnen we op basis van een goede relatie een positief rolmodel zijn en de persoon helpen adequaat gedrag te ontwikkelen.

En als het niet anders kan op dit spannende moment, zal het soms nodig zijn op een duidelijke, maar altijd warme, manier de ander te stoppen in wat hij mogelijk kan doen.

 

 

 

Share

Copyright © 2013  Gentle Teaching Netherlands