Gentle Teaching

 

kwal-van-leven

 

Vraaggericht werken

Bij gentle teaching geven we een bijzondere uitleg aan het begrip 'vraaggestuurde zorg'. We zeggen "geef de persoon wat hij vraagt om te kunnen geven wat hij nodig heeft". Wat bedoelen we hiermee?


We maken een onderscheid tussen waar iemand om vraagt en wat hij werkelijk nodig heeft. Bij het thema 'levenskwaliteit' hebben we al beschreven dat de verlangens die iemand heeft en zijn gedrag een concretisering zijn van de acht basiswaarden van levenskwaliteit. Je kan je het voorstellen als een dia-projector. De lamp van de projector is het hart van de persoon. De dia's zijn de acht basiswaarden en de beelden op het scherm zijn de concretisering van de basiswaarden in de vorm van wensen, vragen en gedrag van de persoon. Als de lamp goed is, zal het plaatje op het scherm ook goed zijn. Als de lamp niet goed is, maar gekleurd of flikkert, zal het plaatje op het scherm een vertekening geven.

Als het 'hart' van de persoon getekend wordt door een beperking of negatieve levenservaringen, zal ook de concretisering van de basiswaarden bepaald worden door deze beperking of levenservaring. Datgene wat de persoon 'vraag' hoeft dan ook niet perse goed voor hem of haar te zijn. Dit bepaalt het verschil tussen kijken naar wat hij vraagt en kijken naar wat hij nodig heeft.

Deze benadering lijkt op iets dat we al langer kennen in de zorg: ' kijken naar de vraag achter de vraag '. Toch is de benadering bij gentle teaching iets anders. Bij kijken naar de 'vraag achter de vraag' kijken we naar een soort lineair verband tussen wat iemand concreet vraagt en wat er wellicht aan onderliggende vraag onder (of achter) ligt. Zo kunnen we bij iemand die zich regelmatig uitdagend gedraagt waardoor hij naar zijn kamer wordt gestuurd constateren dat zijn uitdagend gedrag een uiting is van de vraag om naar zijn kamer te mogen. Als we zien dat dit vaak voorkomt als hij zich angstig voelt voor anderen, kunnen we als vraag achter de vraag zien dat hij uit de beangstigende situatie wil.

Dergelijke situaties komen veel voor en vaak brengen de begeleiders de persoon dan ook op die momenten naar zijn kamer en zeggen zinnen als "het is prima, ja mag naar je kamer".
Tot zover ligt de benadering volledig in de lijn met gentle teaching. Vanaf hier gaan we echter een stapje verder. We zeggen dat het niet natuurlijk is als iemand zich bij angst altijd afzondert op zijn kamer. Vanuit zijn mens-zijn zou het veel natuurlijker zijn om iemand te zoeken die hem op de angstige momenten kan ondersteunen. Daarmee komen we op het punt waarbij we zeggen dat wat de persoon feitelijk nodig heeft is, dat we hem leren dat we er onder alle omstandigheden zijn om hem te steunen en veiligheid te bieden door onze aanwezigheid. Zolang we nog niet in staat zijn hem deze steun en veiligheid te bieden, geven we hem wat hij 'vraagt', om hem de rust te geven die nodig is om hem te kunnen geven wat hij daadwerkelijk nodig heeft: een veilige en liefdevolle relatie met ons waarin hij zich onvoorwaardelijk gesteund kan voelen.

Veel conflicten tussen cliënten en begeleiders komen doordat cliënten niet krijgen wat ze willen (ook al wordt overal formeel vraaggestuurd gewerkt) De cliënt mag bijvoorbeeld maar twee kopjes koffie en alleen op 'koffietijd', hij mag maar een beperkt aantal sigaretten, hij krijgt niet de hoeveelheid aandacht die hij hebben wil, hij mag niet zoveel eten of snoepen als hij wil, enz. Zeker als datgene wat de cliënt wil een dwangmatig of obsessief karakter gaat krijgen, is de kans groot dat er een plan gemaakt wordt om deze obsessie aan banden te leggen, met als gevolg dat er spanningen en agressie kunnen ontstaan.

Bij gentle teaching constateren we ook wel dat een dergelijke obsessie geen 'gezonde' vraag van de cliënt is, maar toch besluiten we als het ook maar enigszins mogelijk is om wel aan deze vraag tegemoet te komen. We doen dit niet om de cliënt te verwennen of om zelf van 'het gedoe' af te zijn. We doen het om uit de strijd te blijven en om de ruimte die daardoor ontstaat te kunnen benutten om de cliënt te geven wat hij het meest nodig heeft: onze onvoorwaardelijke aanwezigheid en liefdevolle ondersteuning.

Concreet betekent dit bijvoorbeeld dat als iemand koffie wil, hij koffie kan krijgen. Desnoods 20 kopjes op een dag en als het voor zijn gezondheid nodig is kunnen we decaf geven. Maar we geven de koffie niet zomaar. Iedere keer dat we op zijn vraag ingaan en hem koffie geven, proberen we ook onze aanwezigheid belangrijk te maken en proberen we echt contact met de ander te maken. Hij biedt ons door zijn vraag om koffie een prachtige gelegenheid om dicht bij te komen en hem te leren dat hij zich bij ons veilig en geliefd kan voelen.

Deze benadering kan om twee redenen goed werken. De eerste reden is dat weten dat obsessief gedrag vaal heen functie heeft, maar een teken is dat iemand in een sociaal-emotioneel isolement verkeert waar hij zelf niet uit kan komen. Door het ontwikkelen van companionship kunnen we dit isolement doorbreken en zullen we steeds sneller in staat zijn hem te bereiken als hij dreigt in zijn obsessief gedrag te verzanden.

De tweede reden is dat het vragend gedrag vaak onderdeel kan zijn van een patroon van actie - reactie tussen de begeleider en de cliënt. Het doorbreken van dit patroon door de begeleider (wie anders?) kan ineens de ruimte geven die beide nodig hebben om een nieuwe inhoud aan de relatie te geven.

Share

Copyright © 2013  Gentle Teaching Netherlands