Gedragsproblemen

Zowel in de zorg als in het onderwijs wordt snel gesproken over 'gedragsproblemen' als een kind of volwassene door zijn gedrag de gang van zaken verstoort. 

Het gebruik van de woorden 'gedragsproblemen' en 'probleemgedrag' zet ons echter op het verkeerde been. Als we onze aandacht richten op een gedrag dat we als probleem ervaren, hebben we direct de neiging dat gedrag te willen veranderen door allerlij vormen van gedragsmanipulatie en belonen en/of straffen.

 

 

Maar daarmee zijn we aan de verkeerde kant bezig. Het gedrag waar we last van hebben is een uiting van een probleem dat de ander heeft. Als we iets aan dat probleem kunnen doen, helpen we niet alleen de persoon zelf, maar we halen ook de oorzaak van het gedrag weg, zodat dat vanzelf verdwijn. Als we ons echter richten op het beheersen van het gedrag zonder iets aan de onderliggende problemen van de peroon te doen, maken we die problemen alleen maar groter. Dit komt dan onherroepelijk een keer tot uiting in ander gedrag dat waarschijnlijk ook weer als probleem ervaren wordt.

 

De belangrijkste oorzaken van gedrag dat als probleem ervaren wordt zijn:

Frustatie door gebrek aan kwaliteit van leven: De persoon krijgt niet wat voor hem belangrijk is, of er overkomt hem iets dat hij niet wil.

Angst: Veel heftig gedrag, waaronder fysiek of verbaald geweld, wordt veroorzaakt door angst.

 

Onvoldoende zelfcontrole: Door een beperkte emotionele draagkracht, of door psychiatrische aandoeningen, is de persoon niet in staat zijn emoties to bedwingen of op een niet verstorende manier te ventileren.

Niet verbonden zijn: Mensen die zich niet verbonden voelen met anderen, zullen ten opzicht van andere ook geen positieve empathische gevoelens kunnen ontwikkelen en niet de neiging hebben goed voor anderen te zorgen.

 

Gebrekkig inzicht of vaardigheden: Soms heeft een persoon door gebrek aan inzicht of vaardgheden geen adekwate mogelijkheden om zijn probleem anders op te lossen dan hij nu doet.

Verkeerd rolmodel: Dit hoeft niet alleen betrekking te hebben op de rolmodellen in de jeugd, maar ook later in het leven. Als hulpverleners bijvoorbeeld straf gebruiken, kan een persoon dit overnemen door anderen die in zijn ogen iets niet goed doen ook te 'straffen

 

Dit zijn de belangrijkste onderliggende oorzaken. De eerte twee ( frustratie en angst) zijn de feitelijke spanningsbron die een uitweg zoekt. De volgende twee (onvoldoende zelfcontrole en niet verbonden zijn) maken dat er bij de uiting van de spanning geen rekening wordt gehouden met anderen. De laatste twee (gebrekkig inzicht en verkeerd rolmodel) zijn meer bepalend voor de vorm het gedrag waarin de emoties zich uiten.

 

Als we dit alles tot ons door laten dingen, weten we dat het geen zin heeft om alleen aan het gedrag te willen sleutelen. We moeten iets met deze onderliggende oorzaken doen.

 

Heeft u vragen of opmerkingen

over deze pagina? 

klik dan hier